Hoornbeeck College
Locaties
  • Wat zijn de adressen & contactgegevens van jullie locaties?

    Algemene adresgegevens van de locaties, college van bestuur, centrale diensten en inspectie van het onderwijs.

    (Hoofd)Locatie Amersfoort

    • Bezoekadres: Utrechtseweg 230, 3818 ET Amersfoort
    • Postadres: Postbus 875, 3800 AW Amersfoort
    • T: 085 483 80 00
    • E: info@hoornbeeck.nl

    Locatie Apeldoorn

    • Bezoekadres: Musschenbroekstraat 11, 7316 JD Apeldoorn
    • Postadres: Postbus 4328, 7320 AH Apeldoorn
    • T: 085 483 80 01
    • E: apeldoorn@hoornbeeck.nl

    Locatie Goes

    • Bezoek- en postadres: Van Dusseldorpstraat 45, 4461 LT Goes
    • T: 085 483 80 02
    • E: goes@hoornbeeck.nl

    Locatie Gouda

    • Bezoekadres: Noordelijk Halfrond 10, 2801 DE Gouda
    • Postadres: Postbus 2130, 2800 BG
    • Gouda T: 085 483 80 03
    • E: gouda@hoornbeeck.nl

    Locatie Kampen

    • Bezoekadres: Willem Hendrik Zwartallee 1, 8265 TZ Kampen
    • Postadres: Postbus 313, 8260 AH Kampen
    • T: 085 483 80 04
    • E: kampen@hoornbeeck.nl

    Locatie Rotterdam

    • Bezoekadres: Carnissesingel 210, 3084 NA Rotterdam
    • Postadres: Postbus 55437, 3008 EK Rotterdam
    • T: 085 483 80 05
    • E: rotterdam@hoornbeeck.nl

    College van Bestuur

    • Bezoekadres: Utrechtseweg 226, 3818 ET Amersfoort
    • Postadres: Postbus 405, 3800 AK Amersfoort
    • T: 085 483 81 52 / 085 483 81 53
    • E: secretariaatcvb@sorg.nl

    Centrale Diensten

    • Bezoekadres: Utrechtseweg 226, 3818 ET Amersfoort
    • Postadres: Postbus 706, 3800 AS Amersfoort
    • T: 085 483 80 00

    Inspectie van het Onderwijs

    • Naam: Rijksinspectiekantoor Utrecht
    • Contactmedewerker: mevrouw K.E. van den Bosch-van Knotsenburg
    • Postadres: Postbus 2730, 3500 GS Utrecht
    • T: 088 669 60 00
    • Meldnummer vertrouwensinspectie: 0900 111 31 11
    • Vragen over het onderwijs: 0800 1400
    • Website: www.rijksoverheid.nl
  • Wat zijn de contactgegevens van jullie personeel?

    Klik hier voor de contactgegevens van ons personeel.

    Let op: hiervoor is een wachtwoord nodig! Heb je geen wachtwoord ontvangen? Neem dan even contact op met een van de locaties.

  • Hoe gaat het met de toelating van studenten?

    Bekijk hier meer informatie over het toelatingsbeleid. 

  • Hoe werkt de intake?

    Vóór de zomervakantie vindt er een intakegesprek plaats. Dit gebeurt aan de hand van het vooraf ingevulde aanmeldingsformulier en, indien aanwezig, het portfolio van de student. Het intakegesprek is in eerste instantie gericht op een goede begeleiding van de student tijdens de opleiding. Daarnaast wordt tijdens de intake beoordeeld of de keuze voor de opleiding verantwoord is. Aanmelding staat uiteraard los van een eventuele toelating. 

  • Hoe werkt de inschrijving van studenten?

    Nadat de toelatingscommissie een positief besluit heeft genomen over de toelating en als het intakegesprek goed is verlopenkrijgen de student en zijn of haar ouders een onderwijsovereenkomst voorgelegd. Deze overeenkomst moet zowel door hen als door het Hoornbeeck College worden ondertekend. In de onderwijsovereenkomst zijn de wederzijdse rechten en plichten van de instelling en de student vastgelegd. Na ondertekening en terugontvangst van de onderwijsovereenkomst is de inschrijving definitief, onder de ontbindende voorwaarde dat blijkt dat de kandidaat-student ook voldoet aan de vooropleidingseisen voor de gekozen opleiding. 

  • Hoe werkt het benoemingsbeleid?

    Bekijk hier meer informatie over het benoemingsbeleid. 

  • Waar vind ik meer informatie over de opening van het cursusjaar?

    Elk cursusjaar van het Hoornbeeck College openen we met een bijeenkomst waarin bestuursleden, personeel en studenten de Heere Zijn zegen vragen over het onderwijs. Studenten zijn verplicht om deze bijeenkomst bij te wonen. Gezien de band tussen school en gezin wordt het bijzonder op prijs gesteld dat ook de ouders van onze studenten deze bijeenkomst bijwonen. Vanwege de landelijke spreiding van de locaties kan de datum van de openingsbijeenkomst per locatie verschillen. Studenten en hun ouders ontvangen bericht over de plaats en tijd van de openingsbijeenkomst die voor hen geldt. Na afloop van de openingsbijeenkomst ontvangen de studenten belangrijke informatie over zaken als de introductie en de klassenindeling. 

     

  • Hoe wordt het Hoornbeeck College bestuurd?

    Onze school is geworteld in de gemeenschap van ouders* en kerken die willen dat er onderwijs geboden wordt dat gegrond is op Gods Woord en de belijdenisgeschriften. Op onze school geven we niet alleen onderwijs, maar leveren we ook een bijdrage aan de vorming van jonge mensen. Onderwijs en vorming moeten voldoen aan vele eisen van de overheid, maar ook aan de voorwaarden die we zelf stellen, met name ten aanzien van de identiteit. 

    * overal waar gesproken wordt over ouder(s) kan in voorkomende gevallen ook verzorger(s) worden gelezen. 

     De eindverantwoordelijkheid (het bevoegd gezag) voor de school ligt bij het college van bestuur. Dit college bestuurt twee scholen: het Hoornbeeck College en het Van Lodenstein College. Beide scholen hebben een eigen directieOm scheiding te maken tussen bestuur en toezicht is een raad van toezicht ingesteld. Deze identiteit wordt onder andere gewaarborgd door een identiteitsraad. De raad wordt samengesteld door de algemene ledenvergadering van de Vereniging Voor Onderwijs op Reformatorische Grondslag (VVORG). Ouders van studenten of leerlingen kunnen lid worden van deze vereniging. Zie ook ‘Lidmaatschap van de schoolvereniging VVORG’.  

    College van bestuur 

    Het college van bestuur is het bevoegd gezag voor het Hoornbeeck College. Dit college van bestuur bestaat uit twee leden. Bekijk hier de samenstelling van het college van bestuur (login nodig).  

    Juridische structuur 

    De twee scholen zijn met het college van bestuur en de raad van toezicht ondergebracht in de Stichting voor Onderwijs op Reformatorische Grondslag (SORG). 

    Raad van toezicht 

    De raad van toezicht oefent toezicht uit op de scholen. Het college van bestuur benoemt de leden van dit college. Bekijk hier de samenstelling van de raad van toezicht (login nodig). 

    Identiteitsraad 

    De Vereniging Voor Onderwijs op Reformatorische Grondslag is opgericht door ouders en kerkenraden die de noodzaak van reformatorisch onderwijs voelden, op grond van de doopbelofte. Dit leidde tot de oprichting van het Hoornbeeck College en het Van Lodenstein College. De vereniging is een belangrijke verbinding tussen ouders en kerkenraden aan de ene kant en de scholen aan de andere kant.  

    Het VVORG-bestuur is de identiteitsraad. Deze raad heeft een beslissende zeggenschap over diverse aspecten van de identiteit, zoals het beleid rondom toelating en benoeming. De algemene ledenvergadering benoemt de leden van de raad van toezicht, op voordracht van de identiteitsraad. Bij ‘Lidmaatschap van de schoolvereniging VVORG’ is aangegeven hoe het lidmaatschap van de vereniging kan worden verkregen. 

    De identiteitsraad 

    Bekijk hier de samenstelling van de identiteitsraad (login nodig).  

  • Welk onderwijsbeleid heeft het Hoornbeeck?

    ‘Onderwijs met een plus‘ is het vastgestelde strategisch meerjarenplan 2018-2022, het Hoornbeeck-onderwijs richting 2022. Dit meerjarenplan is samen met studenten, medewerkers en externen opgesteld. Vooraf konden zij hun droom voor het Hoornbeeck indienen: ‘Hoe ziet jouw Hoornbeeck eruit in 2020?’ Uit de tientallen enthousiaste reacties bleek wel hoe betrokken ‘Hoornbeeckers’ zijn. De dromen zijn samen met een aantal studenten en medewerkers verder uitgewerkt tot het plan ‘Onderwijs met een plus’. De brochure beschrijft in vier hoofdlijnen welke doelen de school in de periode 2018–2022 wil bereiken.  

     

    Onderwijs met… 

    Het strategisch meerjarenplan is volledig gefocust op het onderwijs. De doelen zijn uitgewerkt aan de hand van vier thema’s: 

    1. Onderwijs met perspectieflaat zien hoe we de identiteit van onze school laten doorklinken in alle facetten van het onderwijs; 
    2. Onderwijs met een plusgeeft aan hoe we onze studenten helpen om de lat op de juiste hoogte te leggen; 
    3. Onderwijs dat werkttoont hoe we studenten leren om zelfstandig keuzes te maken en verantwoordelijkheid te nemen in hun toekomstige beroep en de maatschappij; 
    4. Onderwijs dat verbindtlegt de verbinding tussen het Hoornbeeck en de beroepspraktijk: de inhoud van de praktijk is zichtbaar in de les. 

     

  • Wat zijn de schoolkosten?

    1 Algemeen

    Een studie volgen brengt kosten met zich mee. We onderscheiden vier soorten schoolkosten: 

    • Wettelijk geregelde bijdragen, te betalen door de student (of de ouders). Dit is het wettelijk geregelde les- of cursusgeld dat elke student verplicht is te betalen. Deze schoolkosten worden door de overheid geïnd;
    • Opleidingsgebonden schoolkosten, te betalen door de school. Dit zijn opleidingskosten waarvoor de scholen bekostiging ontvangen van het ministerie OCW en waar een student standaard recht op heeft bij het volgen en afronden van een opleiding;
    • Opleidingsgebonden leermiddelen, die de student zelf aanschaft. Dit zijn leermiddelen, instrumenten en gereedschappen, die de student aanschaft om de opleiding te kunnen volgen en die daarna eigendom blijven van de student of in bruikleen zijn van de student. Deze worden vermeld op een leermiddelenlijst. De student is niet verplicht deze leermiddelen bij de school in te kopen, maar wordt wel geacht bij de start van de opleiding deze in bezit te hebben. Zie verder paragraaf 2;
    • Niet-opleidingsgebonden schoolkosten, vrijwillig te betalen door de student. Het gaat om kosten van extra voorzieningen, faciliteiten of activiteiten, die niet essentieel zijn voor het volgen en afronden van een opleiding. De student heeft een vrije keuze om deze zaken af te nemen en te betalen. Als hij besluit dat niet te doen, heeft hij geen recht om gebruik te maken van deze extra voorzieningen, faciliteiten of activiteiten. Dit heeft echter geen gevolgen voor het volgen en afronden van de opleiding. Zie verder paragraaf 3. 

    2 Opleidingsgebonden leermiddelen 

     2.1 Boeken en leermiddelen 

    In juni ontvangen de studenten een bestelcode waarmee ze via de website van de boekhandel kunnen zien welke boeken en leermiddelen ze verplicht moeten aanschaffenDe student moet deze boeken zelf bestellen bij de boekhandel. Als de student bestelt bij de boekhandel die op de boekenlijst staat, worden de bestelde boeken thuis geleverd aan het begin van het cursusjaar. Het kan voorkomen dat boeken en/of leermiddelen niet via de boekhandel zijn te verkrijgen of dat een zekere uniformiteit in kwaliteit of uitvoering is vereist. In dat geval worden deze door de school verstrekt en in rekening gebracht. Hetzelfde geldt voor studiemateriaal. 

     2.2 ECDL en de kosten voor examens 

    Bij elke opleiding aan het Hoornbeeck College nemen de studenten verplicht of vrijwillig deel aan examens voor het Europese Computerrijbewijs (ECDL). Je kunt het Startdiploma (vier modulen) of het volledige diploma (zeven modulen) behalen. Hier volgen een paar regels over het aantal examens die de student op kosten van de school mag afleggen. 

    • Tijdens de hele schoolperiode krijgt de student slechts één keer voor rekening van de school een modulekaart uitgereikt, die nodig is voor het afleggen van de examens; 
    • Als de opleiding het Startdiploma verplicht stelt, krijgt de student zes examenkansen voor rekening van de school; 
    • Als de opleiding het volledige diploma verplicht stelt, krijgt de student tien examenkansen voor rekening van de school. Voor elk afgelegd examen boven het gestelde aantal (zes of tien) zal een bijdrage van € 10 worden doorberekend aan de student. 

     De facturering vindt plaats op het moment dat er naar verwachting door studenten uit een klas geen examens meer zullen worden afgelegd. Indien nodig kan er ook tussentijds gefactureerd worden. 

     Enkele aanvullende regels: 

    • Elke student van een opleiding waarvoor het Startdiploma verplicht is, mag vrijwillig doorgaan tot het behalen van het volledige diploma. Pas als hij het volledige diploma heeft behaald, is de vrijstelling van tien examenkansen van toepassing; 
    • Bij wisseling van een opleiding waarvoor het Startdiploma verplicht is naar een opleiding waarvoor het volledige diploma wordt gevraagd, krijgt de student tien examenkansen voor rekening van de school; 
    • Bij wisseling van een opleiding waarvoor het volledige diploma verplicht is, naar een opleiding waarvoor het Startdiploma wordt gevraagd, krijgt de student tien examenkansen voor rekening van de school. Dit aantal van tien gratis examenkansen geldt alleen als de student tenminste één jaar in de klas heeft gezeten waarvoor het volledige diploma wordt geëist; anders geldt het aantal van zes gratis examenkansen. 

    3 Niet-opleidingsgebonden schoolkosten 

     3.1 Stages, werkweken en excursies 

    Onder bepaalde voorwaarden krijgen studenten de gelegenheid om kennis te maken met het beroepenveld. Bijvoorbeeld door een stage in het buitenland of door bedrijfsbezoeken tijdens een werkweek of excursie in buiten- of binnenland. De buitenlandse stages, werkweken en excursies zijn niet noodzakelijk om de opleiding te volgen en het diploma te behalen. Daarom zijn de kosten van deze stage of werkweek/excursie voor rekening van de student. Als een student niet betaalt voor deze schoolkosten, kan hij geen gebruikmaken van deze faciliteit emoet hij vervangende schoolactiviteiten doen. 

     4 Afwikkeling financiële verplichtingen 

     De Centrale Diensten van het Hoornbeeck College stuurt een factuur voor de te betalen bedragen met een betalingstermijn van dertig dagen. Als er niet op tijd wordt betaald, wordt een incassogemachtigde ingeschakeld. Alle kosten die hieraan verbonden zijn, zowel gerechtelijke als buitengerechtelijke, komen voor rekening van de debiteur.  

     5 Regelingen voor tegemoetkoming in schoolkosten 

     5.1 Wettelijke regelingen 

    Onder voorwaarden is een bijdrage mogelijk voor de schoolkosten, vanuit de compenserende regelingen voor de studenten via de Wet tegemoetkoming in onderwijsbijdragen en schoolkosten (WTOS) en de Wet studiefinanciering (WSF). Een aanvraag hiervoor kan worden ingediend via de website van Dienst Uitvoering Onderwijs. 

     5.2 Tegemoetkoming vanuit BPV-fonds 

    In de loop van de studie zal de student een aantal weken of maanden beroepspraktijkvorming (stage) volgen bij een instelling of bedrijf, afhankelijk van de gekozen opleiding. Deze praktijkvorming is voor alle sectoren een integrerend en kwalificerend onderdeel van de totale beroepsopleiding. Op basis van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan het onderwijs in de beroepspraktijk alleen plaatsvinden als er een overeenkomst is tussen de onderwijsinstelling, de student en het bedrijf of de organisatie van de beroepspraktijkvorming. Het Hoornbeeck College zorgt ervoor dat een dergelijke praktijkovereenkomst tot stand komt.  

    Een belangrijk deel van alle opleidingen binnen het Hoornbeeck College is de beroepspraktijkvorming (BPV)De BOL-student brengt ongeveer dertig procent van de opleidingstijd door in een bedrijf of organisatie, een BBL-student zo’n zestig procentSoms moeten studenten en ouders hoge extra kosten maken om deze BPV te kunnen realiseren. Hierin wil het BPV-fonds in een aantal gevallen voor een deel voorzien. Voordat de BPV begint, ontvangen de stagiairs een toelichting met een aanvraagformulier voor een tegemoetkoming uit het BPV-fonds. 

     5.3 Tegemoetkoming in de studiekosten 

    Het Hoornbeeck College krijgt van de overheid een bedrag om gezinnen met een beperkt inkomen tegemoet te komen in de studiekosten. Deze regeling geldt alleen voor BOL-studenten die op 1 oktober jonger dan 18 jaar zijn. In oktober van het lopende cursusjaar ontvangen ouders of verzorgers van studenten die tot de doelgroep behoren een informatieve mail met daarin een link naar het aanvraagformulier. 

    6 Vrijwillige ouderbijdrage 

    Naast de vergoedingen door de overheid en de eventuele specifieke kosten die aan de student in rekening zijn gebracht, kennen vele instellingen nog een vrijwillige bijdrage in niet-subsidiabele kosten (vaak ‘ouderbijdrage’ genoemd, zie paragraaf 1, punt 4). Ook onze school kent zulke kosten, die vaak verband houden met de bijzondere eisen die onze identiteit aan het onderwijs stelt (onder andere in de vakken burgerschap en godsdienst). Die kosten liggen op het vlak van noodzakelijke extra voorzieningen en activiteiten; de realisatie ervan is sterk afhankelijk van de beschikbare middelen.  

    Ouderbijdragen vormen voor het Hoornbeeck College een bron van inkomsten waarmee zulke extra’s kunnen worden bekostigd. Het vertrouwt er daarbij op dat ouders van onze studenten die daartoe in staat zijn (gesteld!) zich bewust zijn van hun roeping om reformatorisch onderwijs ook financieel mede mogelijk te maken. Het is in dat vertrouwen nooit teleurgesteld: het overgrote deel van de ouders maakte in voorgaande jaren een vrijwillige bijdrage over. De één meer, de ander minder, maar toch gemiddeld € 35,- per gezin. In de loop van het cursusjaar worden ouders door middel van een speciale brief om een bijdrage gevraagd. 

  • Meer over de student en zijn studie

    Studiebegeleiding 

    Onder studiebegeleiding verstaan we de activiteiten die tot doel hebben de studenten te ondersteunen in het proces van beginnend student tot gediplomeerd beroepsbeoefenaar. 

    Diverse personen binnen het Hoornbeeck College vervullen een functie bij de studiebegeleiding.

    1. De docent heeft als eerste taak het geven van onderwijs. Hij is dan ook de eerst aangewezen persoon om studenten bij te staan die problemen hebben met het opleidingsonderdeel dat de docent geeftDenk aan herhaling van de leerstof, extra oefenstof, het aanleren van (vakgerichte) studievaardigheden en, indien nodig, het geven van bijlessen (remedial teaching). 
    2. De studieloopbaanbegeleider/mentor is een docent aan wie – naast het geven van onderwijs – de bijzondere zorg voor een groep studenten is toevertrouwd. Hij stelt zich zoveel als nodig op de hoogte van de persoonlijke omstandigheden van iedere student waar hij studieloopbaanbegeleider van is. Zijn taak is de studenten te stimuleren, motiveren en waar nodig te corrigeren. Bij hem kan de student terecht met vragen en problemen op het gebied van de studie in het algemeen, de beroepskeuze of sociale vaardigheden. Eventueel verwijst hij hierbij door naar de decanen, SOVA-trainers of begeleiders op gebied van beperkingen of (psychosociale) problemen. De studieloopbaanbegeleider onderhoudt contact met de ouders en is voor hen het eerste aanspreekpunt.
    3. De decanen begeleiden de student bij de keuze van een eventuele vervolgopleiding en verstrekken het juiste voorlichtingsmateriaal daaromtrent. In voorkomende gevallen kan daarbij een beroep worden gedaan op een bureau voor studie- en beroepskeuze.
    4. De opleidingsmanager bewaakt de goede gang van zaken binnen de hem toegewezen opleidingen. Hij overlegt regelmatig met studieloopbaanbegeleiders. De opleidingsmanager heeft de eindverantwoordelijkheid voor de studentenbesprekingen, waarin de resultaten van de individuele student worden besproken en eventuele adviezen worden geformuleerd ten aanzien van het vervolg van de studie. 

    Zorgteam / Studentenvoorzieningen 

    Naast de reguliere begeleiding is er op alle locaties een zorgteam met de volgende studentenvoorzieningen: 

    • Begeleiding bij problemen in studie of persoonlijke situatie (Studenten Zorg Team); 
    • Begeleiding bij persoonlijke, maatschappelijke en/of huiselijke problemen (Schoolmaatschappelijk Werk); 
    • Begeleiding voor studenten met een (functie)beperking en/of chronische ziekte (steunpunt Studie en Handicap). Denk aan een visuele, auditieve, motorische of psychische beperking, aan reken-, lees-, spelling- en/of leerproblemen, chronische ziekte en/of een neurologische aandoening; 
    • Trainingen sociale vaardigheden (SOVA-training) en Beter Omgaan met Faalangst (BOF-training). Studenten met een (functie)beperking en/of chronische ziekte kunnen specifieke SOVA-trainingen volgen waarin sociale vaardigheden, acceptatie van de handicap, beperking of ziekte en solliciteren centraal staan. 

    Aanmelding 

    Als studenten hun problemen willen bespreken, kunnen zij de hulp inschakelen van een begeleider van het zorgteam en/of de schoolmaatschappelijk werker. Dit kan zowel rechtstreeks als via de studieloopbaanbegeleider. Een begeleider van het zorgteam of de schoolmaatschappelijk werker zal dan een gesprek voeren met de student, waarin hij een inschatting maakt van de problematiek en begeleidingsadvies geeft.  

    Begeleiding 

    Na dit eerste gesprek kan de begeleider in overleg met de student een begeleidings- of handelingsplan maken, waarin ook eventuele aanpassingen en voorzieningen worden vastgelegd. De begeleiders kunnen ook adviseren om externe instellingen in te schakelen. Studenten die in aanmerking komen voor leerlinggebonden financiering (LGF) kunnen rekenen op extra begeleiding of faciliteiten. Bij het omgaan met vertrouwelijke gegevens wordt uitgegaan van de Wet bescherming persoonsgegevens. 

    Zorg Advies Team 

    Bij complexere problematiek kan het Zorg Advies Team (ZAT) worden ingeschakeld. In het ZAT zitten meerdere deskundigen bij elkaar om gericht advies te geven en te zorgen voor een sluitend zorgaanbod. De aanmelding bij het ZAT verloopt via het zorgteam. 

    Protocol (huiselijk) geweld 

    Om zorgvuldig om te gaan met signalen van huiselijk geweld, jongerenmishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik en loverboyproblematiek, werkt het Hoornbeeck College met een protocol. Inzage hierin en een eventueel gesprek hierover zijn mogelijk via de zorgcoördinator of de staffunctionaris Studentenvoorzieningen. 

    Coördinatie 

    De studentenvoorzieningen worden op elke locatie gecoördineerd door een of twee zorgcoördinatoren. De staffunctionaris Studentenvoorzieningen coördineert Hoornbeeckbreed. 

    Vertrouwenspersonen 

    Wanneer studenten ernstige problemen van zeer vertrouwelijke aard hebben die zij niet met hun mentor of de studieloopbaanbegeleider willen bespreken, kunnen ze terecht bij zowel vertrouwenspersonen als vertrouwensartsen. Het gaat hierbij om problemen die betrekking hebben op personen die bij de school betrokken zijn. Bij andere problemen kan de student beter de mentor of studieloopbaanbegeleider benaderen. De namen van bovengenoemde personen zijn aangegeven bij de locatiegegevens (zie Informatiegids, filter op locatie / functie: Vertrouwenspersonen). In sommige gevallen kan een vertrouwensinspecteur worden ingeschakeld. 

    Vertrouwensinspecteurs 

    Betrokkenen bij het onderwijs kunnen bij het meldpunt Vertrouwensinspecteurs terecht met klachtmeldingen over seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld en psychisch geweld zoals grove pesterijen. De Inspectie van het Onderwijs heeft besloten om signalen inzake discriminatie, onverdraagzaamheid, fundamentalisme, radicalisering, extremisme en dergelijke aan deze aandachtsgebieden toe te voegen.  

     Wordt u binnen of in relatie tot de school of onderwijsinstelling geconfronteerd met zulke signalen, dan kunt u contact opnemen met een van de vertrouwensinspecteurs. Deze zal dan met u bekijken op welke manier u op zorgvuldige wijze hiermee kunt omgaan. Net als bij de andere onderwerpen is de vertrouwensinspecteur ook het aanspreekpunt voor de meer genoemde signalen. De vertrouwensinspecteur zoekt met u naar de meest wenselijke aanpak. Het meldpunt is telefonisch te bereiken, tijdens kantooruren en tegen lokaal tarief via 0900 111 3 111. 

    Kwaliteitszorg 

    Om de kwaliteit van het onderwijs continu te beheersen en te verbeteren, is een integraal kwaliteitszorgsysteem ingevoerd. Hierbij corrigeert de school zichzelf in een cyclisch proces door te handelen volgens de zogeheten Deming circle. Er worden plannen gemaakt (Plan) en activiteiten uitgevoerd (Do) – dit proces en het resultaat worden geëvalueerd (Check) en waar nodig verbeterd (Act). Binnen onze school hebben we een kwaliteitszorggroep die hieraan vorm en inhoud geeft, in samenwerking met de collega’s van de vier sectoren. Zij streven ernaar om de eisen die de wet stelt, de nadere voorschriften die de inspectie geeft en de vaak praktische wensen van het personeel zo optimaal mogelijk te laten samensmelten. 

    Arbo en veiligheid 

    Arbo heeft alles te maken met veilig en gezond werken, zoals een gezonde leefomgeving, veiligheid van machines en ergonomische omstandigheden. Het eerste aanspreekpunt voor Arbozaken is de (hoofd)conciërge. Een van de beleidsadviseurs van het directieteam is de centrale Arbocoördinator voor fysieke en sociale veiligheid. De school is wettelijk verplicht om van strafbare feiten aangifte te doen bij de politie.  

    Het Hoornbeeck College wil een veilige school zijn en blijven voor alle studenten en medewerkers van onze locaties. In het kader van het veiligheidsbeleid is het locatiemanagement bevoegd om preventief kleding, tassen en kluisjes/lockers van studenten te controleren op aanwezigheid van verboden voorwerpen. De locatiemanager heeft in dit verband de bevoegdheid een student  preventief  te (laten) fouilleren, waarbij zorgvuldig wordt omgegaan met het privacybelang van de student. Ook kan het locatiemanagement de politie gebruik laten maken van het camerasysteem van de school om beeldmateriaal met daarop studenten en/of medewerkers te bekijken. 

    In praktijklessen wordt gebruik gemaakt van technische hulpmiddelen, apparaten en machines die regelmatig door bevoegde instanties worden gekeurd. Aan het gebruik ervan kunnen risico’s verbonden zijn. Daarom moeten de veiligheidsvoorschriften en instructies nauwkeurig in acht worden genomen. We verwachten van de studenten dat zij zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid ten aanzien van zichzelf, anderen en de vaak zeer kostbare apparatuur. 

    Aansprakelijkheid 

    • Het Hoornbeeck College acht zich niet aansprakelijk voor ongevallen die het gevolg zijn van het overtreden van voorschriften of het niet of onjuist opvolgen van instructies als in het vorige hoofdstuk bedoeld. Om die reden heeft de school voor ongevallenrisico’s geen verzekering afgesloten; 
    • De instelling is niet aansprakelijk voor diefstal, verduistering, verlies en/of beschadiging van eigendommen of bezittingen van de student. Evenmin is de instelling aansprakelijk voor kosten en andere gevolgen, voortvloeiend uit door studenten aan elkaar toegebracht letsel; 
    • De school heeft een doorlopende reisverzekering afgesloten. Deze verzekering is van toepassing bij activiteiten die onder de verantwoordelijkheid van de school vallen zoals reizen, kampen en excursies. 
  • Hoe zit het met ouderbetrokkenheid?

    Binnen het reformatorisch mbo nemen de ouders al vanaf de oprichting van de school een zeer belangrijke plaats in. Alle scholen die gefuseerd zijn tot het Hoornbeeck College zijn opgericht door de ouders zelf. Ouders kunnen dan ook lid worden van de schoolvereniging. We hechten veel waarde aan actieve betrokkenheid van de ouders bij de ontwikkeling van hun kinderen. 

    Effectief lesgeven is niet alleen afhankelijk van de pedagogisch-didactische kwaliteiten van leraren. Als leraren zich niet gesteund weten door ouders (en andere betrokken partijen rond de school), en als studenten voelen dat die steun ontbreekt, bestaat het risico dat het gezag van leraren zodanig wordt aangetast dat het ten koste gaat van de kwaliteit. 

    Onze ouders behoren tot de gereformeerde gezindte. We hebben de Bijbel en de Drie Formulieren van Enigheid als gezamenlijk referentiekader. Dat bindt ons samen. Belangrijk hierbij is dat gezin, school en kerk aan elkaar verwant zijn. Ouderverantwoordelijkheid neemt geleidelijk af naarmate de student steeds meer op eigen benen komt te staan. Ouderbetrokkenheid blijft echter altijd bestaan, ongeacht de leeftijd van ouders en kinderen. Als Hoornbeeck College zien we ouderbetrokkenheid als volgt: ‘Ouderbetrokkenheid is een niet-vrijblijvende en gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en school, waarin beiden vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid werken aan de (school)ontwikkeling van de student.’ Een leergemeenschap die wij voorstaan betekent een omgeving met een goed pedagogisch klimaat en een warme en professionele inzet van de leraren. 

    Wij proberen hier concreet gestalte aan te geven door waar mogelijk ouders uit te nodigen voor gesprek en ouderavonden. Daarnaast zijn er diverse mogelijkheden om contact te hebben en te onderhouden tussen studenten, ouders, docenten en het management. De student gaat akkoord met de contacten via ouders door de onderwijsovereenkomst te tekenenHet bevorderen van betrokkenheid van personeelsleden, ouders en studenten is van groot belang voor de instandhouding en versterking van de gezamenlijke betrokkenheid op identiteitsgebonden vorming en onderwijs. Wanneer wij ons allen hierin afhankelijk weten van de Heere zal onze school daadwerkelijk een leergemeenschap zijn. 

    Ouderavonden 

    Aan het begin van het cursusjaar wordt per locatie per sector een voorlichtingsavond voor ouders van studenten in het eerste leerjaar georganiseerd. Op deze avonden wordt voorlichting gegeven over onder andere de algemene gang van zaken in de instelling, de structuur van de opleidingen, de beroepspraktijkvorming en de examinering. Tenminste eenmaal per cursusjaar krijgen de ouders de gelegenheid met docenten te spreken over de vorderingen en/of het gedrag van de student. 

    Rapportage 

    De rapportage over de vorderingen van de studenten wordt afgestemd op de onderwijskundige inrichting van de opleiding. De student en zijn ouders kunnen tijdig een inzicht krijgen in de studievorderingen. Als de student meerderjarig wordt tijdens de opleiding, gaan we ervanuit dat de ouders volledig betrokken blijven en dus mede aanspreekbaar zijn tot de opleiding volledig is afgerond. Met het oog daarop blijven de ouders van meerderjarig geworden studenten in principe geïnformeerd over alle zaken die zich voordoen met betrekking tot de student. 

    Correspondentie over de student of over studieresultaten vindt plaats met de ouders, tenzij de student 21 jaar of ouder is. 

    Publicatie beeldmateriaal 

    Tijdens het schooljaar worden schoolactiviteiten vastgelegd. Deze opnamen kunnen worden gebruikt in schoolpublicaties. Als daar bezwaar tegen bestaat, kunnen collega’s, studenten of hun ouders dit kenbaar maken bij de betrokken leidinggevende. 

    Testen 

    Jaarlijks maakt de school hoge kosten voor het afnemen van (beroepskeuze)testen. Gemiddeld kost dit per test € 400,-. Voor het afnemen van een test wordt er een eigen bijdrage van de ouders gevraagd van 25% van de kosten met een minimum van € 35,- per test. 

  • Hoe zit het met de integriteit en de vertrouwenspersonen van het Hoornbeeck College?

    Algemeen 

    Ouders kunnen bezwaren hebben met betrekking tot verschillende aspecten van het onderwijsDenk aan moeite met de manier waarop een docent hun kind behandelt, vragen over de aangeboden lesstof of bezwaren tegen de opvattingen die een docent uitdraagt tijdens de les. In die gevallen is het belangrijk dat zij de juiste weg bewandelen. Wij willen daarbij de richtlijnen volgen zoals de Bijbel die ons bijvoorbeeld in Mattheüs 18 geeft: als iemand meent dat een ander iets verkeerds doet, dient dat in eerste instantie met elkaar besproken te worden om tot een oplossing te komen. 

    Ouders dienen hun bezwaar allereerst te bespreken met de betreffende docent. Wellicht kan het probleem op die manier worden opgelost. Leidt dat niet tot het gewenste resultaat, dan kunnen ouders, afhankelijk van de situatie, hun probleem voorleggen aan de mentor, coördinator of opleidingsmanager. Als ook dit gesprek niet tot de gewenste oplossing leidt, dan kunnen ouders zich beroepen op het directieteam. Daarna is beroep op het college van bestuur mogelijk. 

    Tenzij bijzondere belangen, waaronder die van de student, worden geschaad, is de bovengenoemde werkwijze de aanbevolen regel. Sommige omstandigheden kunnen het volgen van de bovenstaande werkwijze in de weg staan. Ouders hebben dan de mogelijkheid gebruik te maken van de klachtenregeling.  

    Klachtenregeling 

    Het is wettelijk verplicht dat scholen een klachtenregeling hebben waarvan ouders, studenten en personeelsleden gebruik kunnen maken. In deze regeling staat omschreven hoe de school omgaat met uiteenlopende klachten. Klachten kunnen betrekking hebben op alle facetten van het schoolleven, waaronder iedere vorm van gedrag van het college van bestuur, de leden van het directieteam, het management, personeelsleden en studenten. Daaronder vallen ook klachten over discriminatie, ongewenste intimiteiten, agressie en geweld. 

    Hoewel in veel gevallen de onder het kopje ‘Algemeen’ beschreven werkwijze gevolgd wordt om een klacht op te lossen, is het mogelijk om daarvan af te wijken. In sommige omstandigheden kan de klager ervoor kiezen om een andere route te volgen, bijvoorbeeld als hij geen vertrouwen heeft in een gesprek met degene over wie hij een klacht heeft of geen kans ziet om tot een goed gesprek te komen. Ook kan het gesprek niet tot resultaat of overeenstemming leiden. In zulke gevallen kan er verder gehandeld worden zoals beschreven in de klachtenregeling.  

    Vertrouwenspersonen 

    In het kader van de klachtenregeling zijn op alle locaties vertrouwenspersonen aangewezen (zie de informatiegids na inlog). Klachten kunnen met een van hen besproken worden, waarbij de inzet is om de klacht in samenspraak met de betrokkenen op te lossen. Zo nodig begeleidt de vertrouwenspersoon de klager bij het doorsturen van de betreffende klacht naar de externe klachtencommissie. De vertrouwenspersonen hebben een brugfunctie tussen ouders/studenten aan de ene kant en de school en, zo nodig, de klachtencommissie aan de andere kant. 

    Klachtencommissie 

    De school is aangesloten bij de klachtencommissie van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), die is ondergebracht bij de stichting GCBO, een samenwerkingsverband van geschillencommissies in het bijzonder onderwijs. GCBO doet de administratieve afwikkeling van een klacht en behandelt vragen bij een mogelijke klacht. Klachten kunnen ook bij de klachtencommissie ingediend worden, zie hieronder de procedure. 

    De klachtencommissie onderzoekt de ingediende klacht. Daarbij kan de klager zich op eigen kosten laten bijstaan door een raadsman. De klachtencommissie heeft het recht alle gewenste inlichtingen in te winnen bij leden van het college van bestuur, het directieteam, het management, personeelsleden en studenten. De klachtencommissie brengt een schriftelijk oordeel over de klacht uit aan het bevoegd gezag.  

    Klacht indienen 

    Als een klacht niet tijdens een gesprek met de betreffende persoon valt op te lossen, kan een klager zich wenden tot een van de vertrouwenspersonen van de betreffende locatie of tot het directieteam. In principe probeert diegene door bemiddeling tot een oplossing te komen. Op deze regel zijn twee uitzonderingen: 

    • De klager kan direct (maar ook later in de procedure) de wens hebben dat de klacht wordt doorgestuurd naar de klachtencommissie. Ook als de klacht naar het oordeel van degene bij wie de klacht wordt gemeld betrekking heeft op het vermoeden van een strafbaar feit, wordt deze klacht doorgezonden naar de klachtencommissie of doet het bevoegd gezag hiervan aangifte bij justitie; 
    • Als bemiddeling niet tot een oplossing leidt, kan eveneens het oordeel van de klachtencommissie worden gevraagd. 

    Een dergelijke schriftelijke klacht kan ingediend worden bij een van de vertrouwenspersonen, de voorzitter van het directieteam of het college van bestuur. De klacht kan ook ingediend worden bij de klachtencommissie (zie hieronder het adres). In dat geval moet een overzicht van de ondernomen handelingen en de daaraan gerelateerde documenten bijgevoegd zijn. Klachten moeten zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden nadat de betreffende zaak heeft plaatsgevonden, ingediend worden. Alleen bij gevallen van seksuele intimidatie, agressie en geweld is het indienen van een klacht niet aan een termijn gebonden. Als een klacht betrekking heeft op een zedenmisdrijf, dan heeft het college van bestuur de plicht daarvan aangifte te doen bij de justitie, op grond van een schriftelijk oordeel over de klacht door de klachtencommissie en in overleg met de vertrouwensinspecteur. De onderwijsinspecteur krijgt een melding van de aangifte.  

    U kunt uw klacht bij de klachtencommissie indienen door een brief of een mail te sturen naar GCBO. Bij het in behandeling nemen van de klacht gebruikt GCBO een vragenformulier dat te downloaden is op de site van GCBO. Dit is ter ondersteuning van de door u opgestelde klachtbrief, en die kunt u dus gelijk meesturen.  

    Contactgegevens van de GCBO: 

    • Postbus 82324, 2508 EH Den Haag  
    • T: 070-3861697 (van 9.00 tot 16.30 uur) 
    • F: 070-3020836  
    • E: info@gcbo.nl   
    • www.gcbo.nl 

    Klokkenluidersregeling 

    Binnen de school is er ook een klokkenluidersregeling. Deze regeling is er om misstanden binnen de school aan de orde te stellen, zo nodig anoniem. De regeling heeft een ander doel dan de klachtenregeling. Bij de klachtenregeling gaat het vooral om het aan de orde stellen van een bepaald (persoonlijk) belang dat is geschaad; de klokkenluidersregeling is voor het aankaarten van structurele en ernstige misstanden in de organisatie. Het gebruiken van deze regeling moet dan ook worden gezien als een ‘ultimum remedium’een middel dat alleen in het uiterste geval wordt gebruikt 

    In het kader van de klokkenluidersregeling is L. Post (locatie Amersfoort) als vertrouwenspersoon benoemd. De school is aangesloten bij de Commissie Integriteitsvraagstukken van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS). De klokkenluidersregeling is te vinden op de website van de school. 

    Integriteitscode 

    De integriteitscode moet worden gezien als een algemeen koepeldocument voor de bestaande gedragscodes, waarin de belangrijkste uitgangspunten voor integer handelen binnen de school worden verwoord. De verschillende gedragscodes, regelingen en dergelijke zijn een uitwerking daarvan. De integriteitscode is te vinden op de website van de school. 

  • Hebben jullie een OR en een SR?

    Ondernemingsraad 

    De ondernemingsraad heeft het recht op alle informatie die nodig is om zijn werkzaamheden te vervullen. Naast deze algemene bevoegdheid heeft de raad adviesrecht ten aanzien van belangrijke beleidsterreinen van de school en instemmingsrecht in een aantal zaken. Die onderwerpen zijn vastgelegd in het professioneel statuut waarin, naast bepalingen over professionaliteit, ook afspraken worden gemaakt over extra bevoegdheden van de ondernemingsraad. In het professioneel statuut wordt ook de zeggenschap van de docent gewaarborgd en het belang onderstreept van een houding van wederzijds respect tussen werkgever en werknemer.  

     Bekijk hier de samenstelling van de ondernemingsraad. 

     Studentenraad 

    De studentenraad behartigt de belangen van de studenten in de school. De raad wordt begeleid door een adviseur vanuit de school. De studentenraad mag het college van bestuur gevraagd en ongevraagd advies geven over alle beleidsmatige zaken die met de school te maken hebben. In het reglement staat het overzicht van de onderwerpen waarover het bestuur advies van de studentenraad nodig heeft voordat definitieve besluiten worden genomen. De raad van toezicht legt een voorgenomen besluit over de profielen voor de leden van deze raad voor advies voor aan de studentenraad. Tot slot heeft de studentenraad het recht vertrouwelijk gehoord te worden door de raad van toezicht bij benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur.  

     Bekijk hier de samenstelling van de studentenraad.  

  • Kan ik lid worden van de schoolvereniging (VVORG)?

    Dit cursusjaar volgt uw zoon of dochter onderwijs op het Hoornbeeck College. Misschien is het niet het eerste kind uit uw gezin en is er al langer sprake van een ouder-schoolrelatie. Wij hopen van harte dat deze eerste of hernieuwde kennismaking voor u bevestigt dat het, zeker in deze tijd, een groot voorrecht is dat onze jongeren reformatorisch middelbaar beroepsonderwijs kunnen volgen. Helaas is dit onderwijs niet onbedreigd. Politieke en maatschappelijke ontwikkelingen lijken de vrijheid van onderwijs steeds verder in te perken. Daarnaast constateren we ook dat in eigen kring het urgentiebesef afneemt.

    Wij zijn ervan overtuigd dat het reformatorisch onderwijs in de driehoek gezin, school en kerk een onmisbare schakel is voor de vorming en toerusting van onze jongeren op weg naar de volwassenheid. Als school hebben we met u als ouders een gezamenlijke taak en verantwoordelijkheid in de opvoeding en het onderwijzen van jongeren in een kwetsbare periode van hun leven.

    De identiteitsraad vraagt uw aandacht voor het belang van uw lidmaatschap van de Vereniging Voor Onderwijs op Reformatorische Grondslag (VVORG). Deze vereniging is in 1968 opgericht door ouders uit diverse kerken die grote zorgen hadden over de identiteit van de scholen die hun kinderen bezochten. Samen mochten zij, onder biddend opzien tot de Heere, een middel zijn tot de oprichting van reformatorisch voortgezet onderwijs en later ook van reformatorisch middelbaar beroepsonderwijs.

    Door lidmaatschap van de VVORG kunt u nauw bij de identiteit van onze school betrokken zijn. Zo kunt u de ledenvergadering bijwonen en krijgt u van tijd tot tijd informatie over zowel het Hoornbeeck College als het Van Lodenstein College, omdat de VVORG de schoolvereniging is van beide scholen. De schoolvereniging heeft momenteel ongeveer 2000 leden.

    Statuten

    Ten aanzien van het lidmaatschap zijn artikel 5 en 6 van de statuten van de VVORG van belang:

    Artikel 5

    1. Leden van de vereniging zijn mannelijke personen die zich daartoe schriftelijk bij de secretaris van het bestuur hebben aangemeld en als zodanig zijn toegelaten.
    2. Tot het lidmaatschap worden in ieder geval toegelaten ouders van leerlingen en studenten die:
      a. schriftelijk instemmen met de grondslag en het doel van de vereniging, zoals omschreven in de artikelen 2, 3 en 4;
      b. de in de artikelen 2 en 3 van deze statuten omschreven grondslag voorstaan in leer en leven alsmede belijdend en kerkelijk meelevend lid zijn van de Gereformeerde Gemeenten, de Hersteld Hervormde Kerk, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Christelijke Gereformeerde Kerken (Bewaar het Pand) of andere gemeenten, een en ander naar het oordeel van het bestuur;
      c. zich verbinden tot het betalen van een jaarlijkse contributie waarvan het minimum wordt vastgesteld door de algemene vergadering.
    3. Leerlingen/studenten van een der scholen uitgaande van de in artikel 4a genoemde stichting en personen in dienst van de in artikel 4a genoemde stichting kunnen geen lid zijn van de vereniging.

    Artikel 6

    1. Buitengewone leden der vereniging zijn
      1. moeders van leerlingen/studenten van een van de in artikel 4a genoemde stichting uitgaande school die als gezinshoofd verantwoordelijkheid dragen  voor de opvoeding van hun kinderen, en
      2. personen in dienst van de in artikel 4a genoemde stichting, die zich daartoe schriftelijk bij de secretaris van het bestuur hebben aangemeld en als zodanig zijn toegelaten. Artikel 5, lid 2, onderdelen a, b en c, zijn van overeenkomstige toepassing.
    2. Buitengewone leden hebben geen stemrecht en kunnen geen deel uitmaken van het bestuur.

    * NB. Voor alle helderheid vermelden wij hier dat tot de participerende kerken die hierboven vermeld staan ook de Hervormde Gemeenten (PKN) behoren, in zoverre zij zich bijzonder gebonden weten aan Gods Woord en de Drie Formulieren van Enigheid.

    Download hier het doel en de grondslag van de vereniging en de statuten en het huishoudelijk reglement. Voor meer informatie kunt u een e-mail sturen aan secretariaatvvorg@sorg.nl.

    De jaarlijkse minimumcontributie bedraagt momenteel € 5,00. Het staat ieder lid vrij zijn contributie te bepalen op een hoger bedrag.