Hoornbeeck College
Locaties

In de Bijbel wordt bijna 300 keer over het hart gesproken. Dan gaat het meestal over het geestelijke van de mens, over zijn emoties en verlangens. De centrale plaats van het menselijk leven wordt in de Bijbel niet aan het verstand toegekend, maar aan het hart. Onze levensrichting wordt daardoor bepaald. Augustinus zegt dat het hart de kern, de identiteit van de mens is. Uit het hart komen verlangens voort waardoor je iemands identiteit kunt leren kennen.

De media appelleren aan onze verlangens en sluiten aan bij onze natuurlijke begeerten. Door beelden van alledaagse, soms zondige zaken, die geen van alle echte vrede in ons hart geven. Herman Paul stelt daarom dat de secularisatie niet in de kerkverlating zit, maar zich in ons hart voltrekt. De Amerikaanse filosoof James K. Smith zegt treffend: ik ben wat ik liefheb. De vormende waarde van de preek op zondag weegt (menselijkerwijs gesproken) niet op tegen het bombardement van prikkels die onze verlangens richten op vervulling in het hier-en-nu. Verlangens worden dan begeerten, betoogt Augustinus. Als deze begeerten het verlangen naar God verdringen, is er sprake van secularisatie.

Mogelijk geloven onze jongeren wel in God, maar interpreteren zij het geloof anders. Ze erkennen dat er een God is en dat Hij wil dat we goed en aardig zijn voor elkaar. Deze God is niet zozeer betrokken op je leven, behalve wanneer Hij een probleem moet oplossen. Doe je het goede, dan ga je naar de hemel. De Bijbel is echter niet moralistisch, maar reddend en richtinggevend voor onze verlangens.

Geduld en hoop
Docenten en ouders hebben graag grip op de jongeren. Maar juist grip willen hebben, is ook een teken van secularisatie. Dan willen wíj de jongeren redden en zetten we God buiten spel. Natuurlijk moeten we ons best doen om het hart van jongeren te raken, maar het gaat er in de eerste plaats om dat wij ons vertrouwen op God stellen en dat vertrouwen voorleven. Dan bidden we de almachtige God om ondersteuning. We mogen en moeten oefenen in loslaten, zodat Hij groter wordt en wij kleiner. Ook oefening in geduld en hoop, voor het zaad dat we in de klas strooien, dat vele jaren later wasdom kan geven zonder dat we er zelf iets van zien.

Alleen in deze afhankelijkheid kunnen ouders en docenten richting geven aan het verlangen van het hart van een jongere, door het voeden van verlangen naar het goede, naar God. Want wat je het meest voedt, krijgt de overhand.

Augustinus voelde dat hij in twee richtingen werd getrokken. Enerzijds wilde hij zijn leven aan God geven, anderzijds kon hij vaak niet op tegen de wereldse verlangens. Wij moeten daarom onze verlangens en die van onze jongeren voeden met het goede, willen we in deze strijd niet omkomen.

In gesprek gaan
In het mbo onderwijzen we jongeren die op de drempel van de maatschappij staan. Niet alleen opdat ze goede beroepsbeoefenaars worden, maar ook opdat ze door Gods genade een lichtend licht zijn, en zo het hart van de ander raken. Laten we niet de waarheid als een bastion verdedigen met onze ‘bewijzen’, maar in gesprek gaan met wie niet in God gelooft. Ds. M. Golverdingen zei: „Leer de leerlingen hoe zij met andersdenkenden contacten moeten leggen.” Die zijn toch onze naasten? „Wij mogen onze overwegend seculiere wereld niet prijsgeven”, was daarom een kerngedachte van hem. Onze jongeren hebben na het behalen van hun diploma een taak in deze geseculariseerde tijd. Dat leren ze onder meer in de wijkprojecten en op de stageplek. Zodat ook door onze studenten het hart van de ander geraakt mag worden.

Gave van God
Als wij een zegen voor anderen zijn, wil God dit uit genade zegenen. Zelfs de kleinste daad kan dan iemands leven veranderen. Een prijzend woord kan grote betekenis gebben. Geen enkele situatie is toevallig. Je bent in die klas, bij die student, op dat bepaalde moment in gesprek om van betekenis te kunnen zijn. De Bijbel zegt dat we niet tot onze bestemming komen door ontplooiing, maar door ontlediging, om in Christus vervuld te worden. Dat staat haaks op wat wíj verlangen.

Verlangen naar God komt van God. Tegelijk gebruikt Hij middelen om dit verlangen op te wekken. Zo’n middel is een ouder thuis, een docent in de klas, een conciërge in de aula en een bidder op de administratie. Christelijke karaktervorming is geen project van een reformatorische school, maar een gave van God. Daarom is er hoop.

De auteur is bestuursvoorzitter van het Hoornbeeck College. Dit artikel is een verkorte weergave van zijn nieuwjaarstoespraak (uitgave Hoornbeeck Kenniscentrum).