Zoeken
Jaarverslag 2016

In 2015 heeft het Hoornbeeck College op veel punten samengewerkt met diverse betrokkenen, bijvoorbeeld met het beroepenveld waar onze studenten straks hun werk moeten kunnen doen en met het toeleverend onderwijs. Met het toeleverend onderwijs wordt gewerkt aan doorlopende leerlijnen. Een voorbeeld hiervan is het project om samen met het Calvijn College in Zeeland direct aansluitend op de vmbo-diplomering een doorlopend traject te organiseren voor niveau 2-studenten. Met de Gomarus scholengemeenschap, het Wartburg College, het Driestar College en de Jacobus Fruytier scholengemeenschap worden nieuwe BBL-opleidingen ontwikkeld binnen de sector Techniek & ICT. Een heel ander initiatief betreft het project Steur vanuit onze locatie in Kampen. Daar wordt in samenwerking met de Pieter Zandt scholengemeenschap een leer- en werkomgeving gecreëerd.

Ook met het hbo wordt samengewerkt. Met de Driestar Hogeschool creëren we voor afgestudeerde onderwijsassistenten een goede startpositie voor de PABO, terwijl met de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) gesproken wordt over de aansluiting van de wederzijdse zorg- en welzijnopleidingen. In het kader van regionale betrokkenheid vindt vanuit elke locatie overleg plaats met andere ROC’s. Het Hoornbeeck College wil bovendien vanuit zijn eigen positie en identiteit een constructieve partner zijn in gesprekken met gemeentes en het bedrijfsleven.

3.1
Waardering van studenten

In 2016 is de landelijke JOB Monitor afgenomen om te meten wat mbo-studenten van hun school vinden. In het rapport van dit onderzoek scoort het Hoornbeeck College bovengemiddeld hoog. De twee kernresultaten van het onderzoek, weergegeven in een door de studenten geuite waardering met een rapportcijfer, laten de volgende cijfers zien:

3.1_waardering stud_job2016

Als Hoornbeeck College is de score bij beide kernvragen met 0,1 punt gedaald. Landelijk is de score bij de eerste kernvraag met 0,1 punt gestegen en bij de tweede kernvraag gelijk gebleven. Daarmee is de afstand tot het landelijk gemiddelde kleiner geworden ten opzichte van de andere ROC’s.

De response van de JOB Monitor was 80%. Deze hoge response – ook op het niveau van de teams – zorgt ervoor dat ook op teamniveau betrouwbare informatie ter beschikking is gekomen over de mate van tevredenheid van de studenten van de desbetreffende teams.

Evenals voorgaande jaren zijn uit de JOB Monitor 2016 ook verbeterpunten naar voren gekomen. Deze punten zijn opgenomen in de locatie- en teamplannen. Via de halfjaarlijkse managementrapportages wordt de voortgang van verbeteracties gemonitord. Aan de standaardvragenlijst van de JOB Monitor zijn enkele specifieke vragen over de identiteit van de school toegevoegd.

 

Tabel 1 : Uitslag JOB Monitor Hoornbeeck College (incl. benchmark)

3.1_waardering stud_job2016 clusters

Voor alle clusterscores geldt voor 2016 dat het gemiddelde van het Hoornbeeck College hoger is dan het landelijk gemiddelde.

Tabel 2 : Uitslag eigen vragen Hoornbeeck College

3.1_waardering stud_job2016 eigen vr

Naast het afnemen van de JOB Monitor heeft het Hoornbeeck College ook meegewerkt aan het landelijke School Ex-programma. Met dit onderzoek willen we gediplomeerde studenten zoveel mogelijk begeleiden naar werk met een hoge baanzekerheid of een vervolgopleiding. Gediplomeerde studenten die geen werk kunnen vinden, begeleiden we naar het UWV. We hebben deze ondersteuning ingebed in de Loopbaan Oriëntatiebegeleiding (LOB) en via alumnionderzoek volgen we de verdere ontwikkeling van studenten. Ook al is het gesubsidieerde landelijke School Ex-programma afgerond, het Hoornbeeck College heeftde bovengenoemde werkwijze voortgezet. De resultaten van het Hoornbeeck College waren op 1 oktober 2016:

3.1_waardering stud_school ex
3.2
Waardering van ouders

In 2015 is voor de tweede keer onderzoek verricht onder ouders naar hun waardering van de identiteit van en het gegeven onderwijs aan het Hoornbeeck College.

3.2_tabel kernvragen

* Score (schaal 1 t/m 4)

Te zien is dat de tevredenheid over de opleiding met 0,2 punt is gestegen.

De verbeterpunten uit dit onderzoek zijn meegenomen in de locatie- en teamplannen. De voortgang van de verbeteracties wordt gemonitord bij de halfjaarlijkse managementrapportagegesprekken. In 2018 zal een vergelijkbaar onderzoek worden uitgevoerd om na te gaan of de verbeteracties een hogere score op specifieke items opleveren en de scores bij de overige thema’s minimaal gelijk zijn gebleven.

3.3
Waardering van medewerkers
3.3_waardering medewerkers

Bovenste kleine rondje – vorige meting (2013)
Onderste kleine rondje – benchmark mbo

In 2015 heeft onderzoeksbureau Effectory een medewerkerstevredenheidsonderzoek gehouden onder het personeel van het Hoornbeeck College. Dit onderzoek is op elk mbo-college hetzelfde, zodat benchmarking mogelijk is. Naast de standaardvragen van de Mbo Raad heeft het Hoornbeeck College eigen vragen toegevoegd.

Op basis van de uitkomsten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek 2013 hebben verbeteracties een plaats gekregen in de team-, locatie-, sector- en portefeuilleplannen. De verbeteracties gaan vooral in op het thema bevlogenheid, omdat de score hierop relatief laag was. Op instellingsniveau zijn we aan de slag gegaan met de thema’s ict, communicatie en werkdruk.

Uit de uitkomsten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek 2015 blijkt dat:

  • de werkdruk speerpunt blijft (deze is zelfs hoger geworden en ook hoger dan bij de benchmark mbo, wat te verklaren is vanuit de implementatie van Focus op Vakmanschap (inclusief intensivering), de regeldruk rondom examinering en de diverse administratieve processen. Overigens is de score op de vraag of men voldoende tijd heeft om zijn werkzaamheden naar behoren uit te kunnen voeren, gestegen van 5,4 naar 5,8, met een landelijke benchmark van 4,9;
  • ict enigszins verbeterd is; desondanks blijft ict een speerpunt en zal in 2017 een aantal forse investeringen worden gedaan.
  • de communicatie verbeterd is.

Op basis van bovengenoemd onderzoek in 2015 zijn de volgende speerpunten geformuleerd:

  • Werkdruk
    • bij het onderwijsgevend personeel wordt hieraan aandacht besteed via het thema ‘werkverdeling en werkdrukvermindering’;
    • bij de doelgroep ‘opleidingsmanagers’ wordt hieraan aandacht besteed door onder meer dit punt aan de orde te stellen tijdens managementdagen en masterclasses;
    • door specifieke maatregelen te nemen zoals professionalisering van docenten, maximale groepsgrootte te bepalen en niveau 2 ruimer te faciliteren.
  • Risicoteams
  • 6 van de 36 teams scoren grotendeels benedengemiddeld. Vanuit centraal niveau worden deze teams ondersteund en gemonitord in hun maatregelen tot het verbeteren van de medewerkerstevredenheid.

Op het niveau van de teams en de locatie zijn in overleg met de betrokkenen verbeterpunten opgenomen in de locatie- en teamplannen. De voortgang van de verbeteracties wordt gemonitord in de halfjaarlijkse managementrapportagegesprekken. In 2018 zal een vergelijkbaar onderzoek worden uitgevoerd om te meten of onze verbeteracties het gewenste resultaat opgeleverd hebben en de overige resultaten minimaal gelijk zijn gebleven.

3.4
Waardering van leerbedrijven

In 2015 hebben we leerbedrijven gevraagd wat ze van het Hoornbeeck College vinden. Uit dat onderzoek bleek dat zij over het algemeen tevreden zijn. Vanwege een iets gewijzigde opbouw en vraagstelling van de enquête zijn de scores niet volledig vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Enkele scores (op een schaal van 4):

  • Vertrouwen in de organisatie van de bpv – 3,2
  • Vertrouwen in de examinering van het Hoornbeeck College – 3,1

85% van de leerbedrijven vindt de identiteit van de student(en) van het Hoornbeeck College herkenbaar bij hun dagelijks handelen in het leerbedrijf. 10% geeft aan dit niet te kunnen beoordelen.

De respons van leerbedrijven op dit onderzoek is hoog genoeg om conclusies te trekken op instellingsniveau. Het blijft een aandachtspunt om op teamniveau tot een voldoende hoge respons te komen om de uitkomsten op dat niveau representatief te kunnen laten zijn.

Een van de belangrijkste verbeterpunten die op dit moment door de leerbedrijven wordt aangegeven is voorlichting geven aan de leerbedrijven inzake het gebruik van het beoordelingsinstrumentarium.

examinering in bpv

Per team zijn de uitkomsten van deze enquête bekeken en zijn, wanneer aanwezig, specifieke verbeteracties opgenomen in de teamplannen. De voortgang van deze verbeteracties komt aan de orde in halfjaarlijkse gesprekken op basis van managementrapportage. Bovendien is van de uitkomsten van deze meting gebruikgemaakt bij het maken van het BPV-plan. In 2017 voeren we een vergelijkbaar onderzoek uit om te meten of onze verbeteracties het gewenste resultaat hebben opgeleverd en daadwerkelijk leiden tot een hogere score en de overige thema’s nog minimaal gelijk scoren. Tevens om te na te gaan of de beloofde resultaten voor 2017 in het bpv-plan zijn bereikt.

3.5
Waardering van de onderwijsinspectie

Elke drie jaar doet de Inspectie een onderzoek naar de Staat van de Instelling. Dat onderzoek bestaat uit een gegevensanalyse, een instellingsbreed onderzoek en een kwaliteitsonderzoek bij een of meer opleidingen. In 2015 heeft dit onderzoek voor de tweede keer op het Hoornbeeck College plaatsgevonden, waarbij onderstaande opleidingen als voldoende zijn beoordeeld. Bovendien is de kwaliteitsborging op instellingsniveau als goed beoordeeld.

3.5_waardering inspectie

Aandachtspunten:

  • Toezichthoudende rol van de examencommissie
  • Voldoende gelegenheid voor maatwerk bij de opleiding Autotechnicus

Nadat het inspectierapport van het Hoornbeeck College op 21 december 2015 is vastgesteld, zijn de aandachtspunten per opleiding en de locatiespecieke c.q. sectorspecifieke aandachtspunten verwerkt in de desbetreffende plannen. De voortgang wordt gemonitord via de managementrapportages en de bijbehorende gesprekken.

Tevens is in 2016 het concept-toezichtskader verwerkt in het kwaliteitskader Hoornbeeck College.

3.6
Onderzoek melden verzuim en voortijdig schoolverlaten door gemeenten

In 2016 heeft geen onderzoek door gemeenten naar het melden van verzuim en voortijdig schoolverlaten (VSV) plaatsgevonden. Wel heeft het Hoornbeeck College in december 2016 zelf onderzoek gedaan naar VSV door middel van een interne thema-audit. Indien van toepassing worden verbeterpunten verwerkt in het desbetreffende team- en/of locatieplan. In geval van Hoornbeeck-brede aandachtspunten zullen deze worden opgenomen in het portefeuilleplan. De voortgang wordt gemonitord via de managementrapportages en de bijbehorende gesprekken.

Logo_Eemland_VSV
3.7
Samenwerking met toeleverend en vervolgonderwijs

Als Hoornbeeck staan we midden in onze samenleving. Onze studenten leiden we op om hun plek daarin te kunnen innemen. Om dat goed te kunnen doen, werken we samen met heel veel verschillende partijen. Allereerst werken we samen met de reformatorische vo-scholen. Dit doen we op het gebied van leerlingbegeleiding en passend onderwijs, maar ook op het gebied van taal en rekenen. Zo creëren we voor onze studenten een zo soepel mogelijk verlopende overgang naar het mbo. Met verschillende vo-scholen is de samenwerking rondom BBL-opleidingen geïntensiveerd. Onder verantwoordelijkheid en regie van het Hoornbeeck wordt door inbreng van deskundigheid en kennis vanuit het voortgezet onderwijs een mooie, doorgaande leerlijn neergezet.

Los van de reeds genoemde samenwerking met hbo’s in het kader van doorstroom wordt ook op andere gebieden samengewerkt met hbo’s. De samenwerking met Driestar Hogeschool rondom de opleiding van docenten (HODOS) werpt haar vruchten af: de opleiding sluit beter dan voorheen aan op de wensen vanuit het mbo.

In het kader van regionale betrokkenheid vindt vanuit elke locatie overleg plaats met andere ROC’s. Het Hoornbeeck College wil bovendien vanuit zijn eigen positie en identiteit een constructieve partner zijn in gesprekken met gemeenten en het bedrijfsleven. Zo wordt, mede op verzoek van de gemeente Rijssen, een niveau 3 VZ/MZ opleiding in Rijssen ontwikkeld. Deze opleiding zal vanaf 2017-2018 in samenwerking met ROC Twente worden aangeboden.

Foto Jeroen van der Laan

Het Hoornbeeck wil ook aanwezig zijn in de buurt van de school. Hiervoor zijn verschillende projecten ontwikkeld. Voorbeelden daarvan zijn het meewerken aan het project 'Zuid doet samen' in Apeldoorn of het nieuwe project 'Hoornbeeck Helpt' in Rotterdam Charlois. Wij vinden het mooi als onze studenten hun gaven dienstbaar kunnen en willen inzetten in hun omgeving.

3.8
Beroepskolom

Entree opleiding
Het platform Entree (niveau 1-opleidingen) heeft elke periode vergaderd. Er is een grote betrokkenheid en onderlinge samenwerking tussen voortgezet onderwijs en het mbo.
Dit jaar is er hard gewerkt aan het servicedocument Entree-opleidingen. Dit is een groeidocument dat als leidraad dient voor het onderwijsproces, de toetsing, de keuzedelen en de begeleiding. De door de MBO Raad georganiseerd bijeenkomsten worden bezocht om op de hoogte te blijven van de landelijke ontwikkelingen en de vertaalslag te maken naar onze situatie. We gaan ook participeren in de door de MBO Raad geïnitieerde toetsenbank voor de Entree-opleidingen.

BBL-VO
Afgelopen jaar zijn er op weer meer plaatsen BBL-opleidingen aangeboden die in samenwerking met het voortgezet onderwijs worden vormgegeven. In Apeldoorn draait nu ook een BBL-werktuigbouwkunde niveau 2-opleiding, terwijl samen met de Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem een mooi BBL-opleidingscentrum wordt ontwikkeld. Wij zien het als een groot voorrecht dat de reformatorische vo-scholen bereid zijn om ook hun bijdrage te leveren aan het aanbieden van reformatorisch beroepsonderwijs aan onze jonge mensen.

Doorstroom hbo
De doorstroom van onze studenten naar het hbo is 24%. Dit cijfer ligt onder het landelijk gemiddelde (33%). Daarbij komt dat de uitval van studenten in het eerste jaar van de hbo-studie in het algemeen hoog is. De oorzaak daarvan is vooral het tekort aan studievaardigheden. Ook speelt het kennisniveau van Engels een rol. Om de doorstroom te verhogen, de studievaardigheden te vergroten en de Engelse taalvaardigheid uit te breiden, is er in 2016 het initiatief genomen, geïnitieerd door de Christelijk Hogeschool Ede, om samen met een aantal ROC’s, waaronder het Hoornbeeck College, een keuzedeel 'Doorstroom mbo naar hbo' te ontwikkelen. Al onze sectoren zijn hierbij betrokken. Deze ontwikkeling sluit goed aan bij de de acties in ons kwaliteitsplan.

De doorstroom van studenten Onderwijsassistent naar de Pabo is geringer dan voorheen vanwege de door de overheid aangescherpte toelatingseisen. Voor toelating tot de Pabo moeten onze studenten een drietal toelatingstoetsen voldoende behalen. Aangezien dit vakgebieden zijn die niet allemaal in het opleidingscurriculum zijn opgenomen, vergt dit een extra inspanning van de studenten in het laatste leerjaar. Deze extra inspanning leidt ertoe dat er minder studenten voor de Pabo kiezen.

Logo-Driestar HS

De studenten die in samenwerking met de hogescholen het voorbereidingstraject lopen, behalen daarentegen in het eerste leerjaar van de Pabo goede resultaten. Bovendien is de uitval van mbo-studenten in het eerste leerjaar in 2016 afgenomen. De overheid faciliteert in 2016 de studietrajecten financieel en met landelijke studieprogramma’s. Het is de bedoeling om dit traject in de nieuwe kwalificatiestructuur op te nemen door extra keuzedelen aan te bieden.

Power (Project Onderwijs en Werk in de Regio) / Ondernemend onderwijs
De denktank Power is in het achterliggende jaar omgevormd tot een dynamisch netwerk met de naam Ondernemend Onderwijs. De bedoeling is op die manier snel te kunnen acteren met de juiste mensen op relevante onderwerpen. De eerste bijeenkomst stond in het teken van netwerken. Thema’s die de komende tijd aandacht krijgen zijn duurzaamheid en gastlessen.

Op locatieniveau zijn er ook contacten met het beroepenveld en het toeleverend onderwijs om de op nieuwe kwalificatiedossiers gebaseerde programma’s op een goede wijze in te vullen. Ook sommige opleidingen hebben een speciale sessie met het bedrijfsleven, gericht op het actualiseren van het curriculum.

Jaarverslag 2016
899