Zoeken

Kerkenraadslid aan het woord

Ds. J. van Laar

Ds. Van Laar wist het van jongs af aan: ik wil graag timmerman worden. Daarmee zorgde hij voor een primeur in de familie die vooral uit agrariërs bestond. En dus meldde de bijna 16-jarige timmerman in spé zich op de christelijke technische school in Veenendaal. “Ik had in die tijd veel last van hoofdpijn, heen en weer reizen naar Amersfoort was te belastend. Daarom werd het Veenendaal.” De school had een breed christelijk karakter waar Van Laar veel respect ondervond. “Ik was een van de weinige in de klas die thuis geen tv had, maar door daar eerlijk voor uit te komen leidde dat ook tot respect”.

Wát, twee keer naar de kerk?
De opleiding bestond uit werken en
leren, vijf dagen op de bouw, twee
avonden naar school. “Daar kwam ik in
aanraking met allerlei mensen. Velen deden
nergens aan, om het zo te zeggen.
Dus kreeg ik regelmatig vragen als: ‘ben
jij van die zware kerk?’ en ‘wát, moet
je echt elke zondag twee keer naar de
kerk?’. Ik heb juist bij gesprekken over
deze vragen veel mooie dingen ervaren.

Toen ik eens uitlegde aan een ongelovige
collega waarom er bid- en dankdagen
waren, was zijn reactie: ‘dat moet heel
Nederland doen!’. Als je maar duidelijk
uitkomt voor je opvattingen, is er vaak
veel respect.”
Ook in het vervolg van zijn loopbaan
‘op de bouw’ kwam Van Laar met een
veelheid aan mensen en meningen in
aanraking. “Ik werd leermeester voor
jonge collega’s en ontdekte via een
16-jarige leerling-timmerman hoe het
er op houseparty’s aan toe gaat. Later
deed ik veel bouwkundige woningaanpassingen
bij gehandicapten en ouderen
thuis. Ik zeg wel eens: daar heb ik een
stukje pastoraat geleerd. Al die gesprekken
zijn heel waardevol geweest voor
mijn latere werk als dominee. Ik zie het
als een vooropleiding.”

Afgewezen en toegelaten
Van Laar was 19 toen de Heere hem riep
voor Zijn dienst. Hij vroeg zich heel wat
jaren af: maar hoe kan een bouwvakker
dominee worden? Dat hij ouderling
werd, zag Van Laar aanvankelijk als een
vervulling van die roeping. Tijdens een
doopdienst in 2007 werd het Schriftwoord
“… Dopende in de Naam des
Vaders en des Zoons en des Heiligen
Geestes” op zijn hart gelegd. En dat kan
niet als ouderling. “Toen ben ik naar de
kerkenraad gegaan, en kreeg een attest
en ging naar het curatorium in Rotterdam.
De eerste keer ben ik afgewezen,
de tweede keer toegelaten.” De hamer
werd in 2009 neergelegd, een studieopgepakt.

“Dan zit je opeens in je nette
pak achter een bureau. Ik heb echter
nooit last gehad van de vraag: waar
ben ik aan begonnen? Het was een erg
mooie tijd, hoewel je wél weer moet
leren studeren”.

Omwenteling
Inmiddels is Van Laar al weer vier jaar
predikant in Rijssen (“Ik ben meer een
praatdominee dan een schrijfdominee”).
Het wekt geen verbazing dat hij makkelijk
contact legt met jongeren. Als geen
ander weet Van Laar dat de 21e eeuw
bol staat van de prikkels en verleidingen.
“De jeugd heeft het moeilijk, leeft
makkelijk in twee werelden. Ik zie ze in
de kerk meezingen met de Psalmen en
buiten de kerk met de liedjes op hun
telefoon.” Die smartphone heeft wat
betreft Van Laar voor een omwenteling
gezorgd. “Er is veel jachtigheid en er ligt
veel druk op jongeren, maar ook ouderen.
Er wordt doorlopend op ze gelet. Ik
sprak een jongere die op zondag zijn
telefoon uit had. Die kreeg tijdens een
dag ‘afwezigheid’ 1000 appjes binnen.
Vooral korte berichtjes en kretologie…”.
Van Laar roept jongeren - maar ook ouderen!
- op om juist op zondag afstand
te nemen van de wereld. “Nee, je hoeft
echt niet de hele dag preken te lezen,
maar besteedt deze dag aan de dingen
van de Heere.” Overigens ziet Van Laar
wel dat jongeren er soms wel bewust
mee om kunnen gaan. “Bijvoorbeeld op
cathechisatie gaan ze echt nooit af en
blijven ze soms zelfs in de jaszak.
Eerlijk is eerlijk, dat is bij kerkelijke
vergaderingen soms wel eens anders.”

Nieuwe grenzen
Duidelijk is dat jong en oud in deze tijd
nieuwe grenzen moeten stellen. De oude
aanpak van zaken verbieden gaat niet
meer op. “De komst van de dvd zo rond
2005 zie ik als de start van de verwarring
binnen de kerk, door wat bij het
ene gezin wel mocht en bij de andere
niet. Sinds die tijd zijn we op zoek naar
nieuwe grenzen, niet alleen binnen de
kerkenraad maar in de gehele gemeente.
Als we die grenzen baseren op Schrift
en belijdenis en de twee tafels van de
wet als bescherming nemen, hebben
we een goede basis. En laten we elkaar
wijzen op de eigen verantwoordelijkheid.
Alleen aangeven ‘je mag niet op
internet’ werkt niet, je hebt techniek
eenvoudigweg nodig”, licht Van Laar toe.
“Maar kunnen we ons verantwoorden
voor de Heere, dat is telkens de vraag.”
Het stellen van nieuwe grenzen is ook
een taak voor kerkenraden, vindt Van
Laar. Hij zoekt daarom actief het contact
met jongeren en gaat daarbij graag
in op hun vragen. “Tijdens de catechisaties
natuurlijk, maar we houden nu ook
twee keer per jaar een preekbespreking
en bijeenkomsten op zaterdagavond.
Dan komen ook vragen aan de orde als:
hoe kijkt de wereld tegen ons aan?”,
vertelt dominee Van Laar, die zich heel
goed realiseert dat jongeren een scherp
oog hebben voor wat echt is. Jongeren
voelen haarfijn aan wat toneelspel is of
wat oprecht gemeend is.”

238