Zoeken
Jaarverslag 2014
5.1
Financiële positie Hoornbeeck College

In dit financiële verslag worden de belangrijkste posten toegelicht. Het boekjaar 2014 wordt afgesloten met een positief exploitatieresultaat van 1,3 miljoen euro. Het financieel beleid is erop gericht de financiële positie te versterken door het realiseren van een positief resultaat onder meer met het oog op de bouwplannen op diverse locaties en het afbouwen van de schuldpositie. Daarnaast zal er geïnvesteerd worden in extern onderwijspersoneel en onderwijsinnovatie.

5.2
Solvabiliteit

De balanspositie van het Hoornbeeck College is goed. Dit blijkt onder meer uit de solvabiliteit. De solvabiliteit is een kengetal dat het eigen vermogen uitdrukt in een percentage van het totale vermogen. Voor het Hoornbeeck College ontstaat dan het volgende beeld:

Voor het Hoornbeeck College is de solvabiliteit boven de gestelde ondergrens. Deze ondergrens voor het MBO is vanaf 2012 verhoogd van 20% naar 30%. Uit de financiële benchmark van de MBO-raad over het boekjaar 2013 blijkt dat de solvabiliteit van de MBO-sector als geheel 51,5% bedraagt.

5.3
Toelichting op de balansposten

De totale materiele activa steeg in 2014 met 9,3 naar 32 miljoen euro. Binnen deze post wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • De waarde van de geactiveerde gebouwen. Door nieuwbouw van een schoolgebouw in Kampen is deze post toegenomen met 3,4 miljoen euro. De afschrijving op het totaal van de gebouwen en terreinen bedroeg 1,3 miljoen euro.

  • De boekwaarde van de inventaris en apparatuur daalde met 0,7% naar4,1 miljoen euro, omdat de afschrijvingen hoger waren dan de investeringen.

Het positieve exploitatieresultaat werd toegevoegd aan het eigen vermogen. De voorzieningen namen met 20% toe, omdat de onderhoudskosten lager waren dan de jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening. De schulden op lange termijn bestaan uit leningen bij de bank, ultimo 2014 8,5 miljoen euro en een lening van het Van Lodenstein College van 4,0 miljoen euro. De rente van de leningen bij de bank staat voor meerdere jaren vast. De verschuldigde rente over lening van het Van Lodenstein College wordt jaarlijks vastgesteld. De schulden op korte  termijn nemen af, omdat het Ministerie van OCW een vergoeding voor 2015 reeds in 2014 heeft uitbetaald.

5.4
Kasstroomoverzicht

Een kasstroom geeft inzicht in de ontwikkeling van de balans. Uit het onderstaande overzicht blijkt dat het Hoornbeeck College een positieve kasstroom heeft van circa 1,25 miljoen euro.

5.5
Exploitatie

De uitkomst van de staat van baten en lasten bedraagt € 1,1 miljoen positief of wel 3,2% van de baten.

De totale baten waren in 2014 1,7 miljoen euro hoger dan begroot vanwege een hogere rijksbijdrage en hogere overige baten. De stijging van de totale lasten in 2014 ten opzicht van de begroting bedraagt 3,3% of wel 1,1 miljoen euro. Dit is onder meer het gevolg van hogere overige personele lasten. Dit betreft voornamelijk hogere scholingskosten van de docenten van het Hoornbeeck College.

5.6
Vooruitblik

Voor de komende jaren wordt, na een periode van groei van het aantal studenten, een zekere stabilisatie verwacht. Als gevolg daarvan zullen de exploitatielasten stabiliseren terwijl de baten in verband met de z.g. t-2 financiering nog een jaar zullen toenemen. Daardoor wordt in 2015 een exploitatieoverschot verwacht. Ook de jaren daarna wordt een positief exploitatieresultaat verwacht. Dit is noodzakelijk om onder meer toekomstige investeringen in huisvesting in Rotterdam, Goes en Gouda te kunnen financieren.

5.7
Treasury beleid en externe financiering

Het beleid van het Hoornbeeck College is erop gericht om uit overtollige liquide middelen een optimaal rendement te behalen. Het College van Bestuur heeft besloten om daarbij uitsluitend gebruik te maken van deposito’s en (internet)spaarrekeningen bij financiële instellingen met minimaal een A-rating als kredietwaardigheid. De oorspronkelijk afgesloten kredietfaciliteit van 20,0 miljoen euro wordt ten dele benut. Per ultimo 2014 wordt 8,5 miljoen euro geleend bij externe kredietinstellingen ter financiering van investeringen in huisvesting. De rentes over deze leningen bedragen gemiddeld 4,1% en hebben een rentevaste periode van 5 tot 10 jaar.

Jaarverslag 2014
472