Zoeken

Studenten aan het woord

Marieke Pul

Aruba, een eiland ongeveer zo groot als Texel, maar met de kleurrijke en warme uitstraling van een tropisch eiland. En de stageplaats van welzijnswerker in opleiding, Marieke Pul (19). “Aruba is het eiland van hartelijkheid en kleur, maar ook van veel eenzaamheid onder ouderen.”

Het was al snel duidelijk dat Marieke verder dan de Nederlandse grens wilde. En niet zo’n klein eindje, maar gelijk duizenden kilometers van huis. “Ik wilde van jongs af aan al een andere cultuur zien. Dit was mijn kans. Uiteindelijk heb ik via internet een prachtige stageplaats gevonden bij Saba, een instelling voor ouderen op Aruba. De keuze voor de Nederlandse Antillen was eigenlijk vrij voor de hand liggend, omdat we daar geen taalbarrière hebben.” Begin januari 2013 vertrok Marieke, samen met een vriendin, richting Aruba. “Het eerste wat me opviel, was de heerlijke temperatuur. Het is daar altijd zomer. We huurden een huisje op het terrein van de instelling. Lekker dicht bij ons werk. Dagelijks verzorgden we verschillende activiteiten voor de ouderen. Van zingen en bewegen tot koekjes bakken of een wandeling langs de havens maken. In Aruba werden we voor het eerst geconfronteerd met de enorme eenzaamheid onder ouderen. Veel jongeren vertrekken van Aruba om ergens anders te settelen. Daardoor blijven de ouderen alleen achter. Daarnaast is er een chronisch tekort aan personeel. Hierdoor krijgen de ouderen weinig aandacht. Ze genoten zo van kleine dingen; zoals even naast hun bed zitten of een praatje maken.”

Het grootste verschil met een Nederlandse stage vond Marieke de kleurrijkheid van het eiland: “De verschillende culturen, het lekkere eten, de prachtige natuur en de hartelijkheid van de bewoners. Het is allemaal anders dan je gewend bent. Maar ik voelde me er thuis. Door deze stage ben ik uitgegroeid tot een zelfstandige en zelfverzekerde persoon, iemand die zijn eigen boontjes kan doppen. Daarnaast heb ik meer aandacht gekregen voor de sociale omstandigheden waarin mensen leven. Want ook in Nederland zijn er mensen die vereenzamen. En daarin kun je in mijn beroep veel betekenen.”

220