Zoeken

Management aan het woord

Dhr. A. van Kralingen

God liefhebben boven alles en mijn naaste liefhebben als mijzelf: er is geen groter gebod. Maar ik ben geneigd om God en mijn naaste te haten!

Haten? Ja, geneigd tot haten. Dat betekent niet dat ik mijn naaste meteen naar het leven sta. ‘Haten’ kan ook ‘laten’ zijn, in de zin van ‘laten liggen’: denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Maar als alle voorbijgangers die halfdode man hadden ‘laten liggen’, zou hij wel gestorven zijn! Mijn naaste haten betekent dus: ik heb zijn of haar belangen niet op het oog en al helemaal niet in het hart.

Wie is dan mijn naaste? Jezus draait het om: de naaste, dat ben ik zelf. Ik ben de naaste van de ander. Ik ben de voorbijganger. Ik ontmoet al mijn ‘naasten’. Allen die ik ontmoet, zijn mijn naasten, en ik ben de naaste van hen. Elk mens die ik ontmoet, maar ook: elk mens aan wie ik voorbij ga, elk mens die ik laat liggen, is mijn naaste!

Maar is er geen andere voorbijganger dan ik; iemand die misschien dichter bij die naaste in nood is? Nee, zegt de Heere: jij zelf bent de eerste naaste.

Dat heeft grote gevolgen voor mij - en voor de ander. Niet meer de vraag: “Wie is mijn naaste?”, maar “Wie ben ik?”. Nog beter: “Van wie ben ik?” Ben ik van de Heere Jezus Christus? Dan volg ik Hem.

Hij Zelf werd de ‘Naaste’ zoals nooit iemand anders het kon worden: Immanuël, God met ons. Hij kwam om te dienen. Als ik Hem door genade van harte volg, laat ik wel mijn eigen belangen liggen, om een ander, mijn naaste, te helpen. Ik ga niet voor het geld. Ik ga voor het goede van mijn naaste, en voor de eer van God; gedrongen door de liefde van de Heere Jezus Christus.

Wie ben jij? Van Wie ben jij? Onze wereld heeft hard jongeren nodig die in hun hele leven - ook (en misschien wel juist) in hun beroep! - de Heere van harte dienen: tot Zijn eer en tot welzijn van de naaste.

Kralingen Dhr. v

Dhr. A. van Kralingen

Locatiemanager Rotterdam

267