Zoeken

Docenten aan het woord

Mw. J. van Dijk-van den Broek

Toen ze 6 jaar was en aan haar amandelen werd geopereerd, wist ze het al. “Ik word later ook een zuster, maar dan een hele lieve.”

In een ziekenhuis, in een verpleeghuis, in de thuiszorg, in de mantelzorg: mevrouw J. van Dijk heeft veel gezien in de zorg. Toen ze als kind aan haar amandelen werd geopereerd, besloot ze later ook zuster te worden. De liefde voor het vak is dan  ook diepgeworteld. “In het ziekenhuis is geen dag hetzelfde. Samen met de artsen en het team bied je de patiënten die binnenkomen de nodige hulp. Een mooi onderdeel van het werk als verpleegkundige, is het begeleiden van de patiënt en de familie. Mensen hebben veel vragen en onzekerheden. Daarin kan je ze begeleiden. In zo’n situatie ben je bijna maatschappelijk werker.”

Het omgaan met mensen staat nu centraal in het vak omgangskunde dat mevrouw Van Dijk geeft. En over omgaan met elkaar gesproken: ze herinnert zich dat ze ooit complimenten kreeg van een thuiszorgpatiënt. “Ik kwam voor een injectie, maar hoorde dat mevrouw uitging en zag dat haar schoenen kaal waren. Die heb ik toen maar even gepoetst.”

Aandacht voor de patiënt, dát vindt mevrouw Van Dijk enorm belangrijk. Na al die jaren in de zorg, weet ze het als geen ander: niet alleen het infuus is belangrijk, ook het glaasje water. “De patiënt moet centraal staan. Als je daarin een stap verder gaat, heb je echt meerwaarde. Je kan een patiënt wassen, maar waarom zou je ook niet meteen haar kapsel verzorgen en haar favoriete luchtje opdoen?”

Het werken in de zorg levert mooie momenten op. Zo had mevrouw Van Dijk ooit een kamer met vier dames onder haar hoede. Ze hoorde dat één van die dames veel had meegemaakt en besloot een gedicht voor haar mee te nemen. “Toen ik terugkwam op de zaal, zag ik vier betraande gezichten. Dat gedicht was van bed naar bed gegaan. Dat vind ik mooi: als je mensen kunt helpen om hun situatie als patiënt te accepteren.”

219